Vechten voor de liefde

Vechten voor de liefde

Mijn kind. Voor mij ben jij mijn lieve kind. Als ik aan je denk, dan voel ik dat mijn hart overstroomt van liefde en geluk. Ik zie je mooie kanten. Ik weet hoe krachtig je bent.
Aan de andere kant zie ik ook jouw strijd. Ik zie het niet alleen, ik voel het ook. De spanning in ons huis. We lopen regelmatig op eieren om te voorkomen dat er een escalatie komt. Het maakt mij moe, doodmoe tot het punt dat ik soms niet meer kan. En toch ga ik door. Ik vecht als een tijger voor je. Keer op keer kom ik op school om weer uit te leggen wat jij nodig hebt. We rijden van therapeut naar psycholoog, omdat ik jou het beste gun. Ik wens met heel mijn hart dat jij ooit echte liefde kan ervaren.

Nachtenlang lig ik wakker en twijfel ik aan mijzelf. Ben ik in staat om een kind op te voeden? Ik lees en bestudeer zoveel als ik kan om jou te snappen. Ik wil weten wat je denkt en wat je voelt, zodat ik begrijp waarom je doet zoals je doet. Je boze buien, je verdriet, je wegkruipen, je destructie, het is allemaal een deel van jouw hechtingsproblematiek waar ik graag grip op wil.

Ik word geschopt, gebeten, geknepen en uitgescholden, ik vind het niet leuk, maar ik weet ook waar het vandaan komt. Ik accepteer het niet, maar soms ben ik écht bang voor je. Mijn kracht gaat niet zo ver. En tegelijkertijd houd ik onvoorstelbaar veel van je. Het maakt het zo dubbel. Mijn liefde voor jou is onvoorwaardelijk.

Je vertrouwt mij niet, maar niet alleen mij, je vertrouwt geen enkele volwassene. Dus ook de therapeut, de juf, of de buurvrouw niet. Het kan wel zo lijken dat hij een band met je heeft, maar ik weet dat het anders is.
In je eerste levensjaren heb je pijn gehad, of ben je ontroostbaar bang geweest. Dit heeft de schade gegeven waar je vandaag de dag nog steeds mee leeft. Niet alleen jij leeft ermee, maar ik ook. Je geeft mij de schuld van jouw pijn. En ik begrijp waarom.

De uren durende schreeuw- en scheldbuien, het geeft aan dat er diep in jou zoveel angst zit. Alleen kan ik er niet bij. Je laat niemand toe, omdat dat te onveilig is.
Ik mag niet in je buurt komen, terwijl je wel bij anderen op schoot kruipt. Dat doet iets met mij. Dat het lijkt alsof je die affectie wel bij hen kunt vinden, maar dat je die van mij niet accepteert. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar het is niet altijd gemakkelijk. Die connectie moet ik zoeken op een andere manier. Dat je eigenlijk zegt: “Ik hou van je”, door mij een kopje koffie te geven, zomaar, uit jezelf. Dat je mijn nabijheid nodig hebt en dat ik dat moet lezen uit de manier waarop je mij toeschreeuwt hoe zo’n stomme moeder ik ben. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar het is zo moeilijk. Ik mis de wederkerigheid.
Je duwt me van je af, omdat je bang bent dat jij wordt afgewezen. Je wil wel anders, maar je kan het niet. Wat zal dat een pijn doen. Maar geloven dat iemand onvoorwaardelijk van je houdt, is nog veel gevaarlijker.

 

We vechten beiden op onze eigen manier. We vechten allebei voor de liefde.

Reactie schrijven

Commentaren: 0