Naar de wc of niet , dat is de vraag

Naar de wc of niet, dat is de vraag…

Een deel van de kinderen met vroegkinderlijk trauma en/of een hechtingsstoornis wordt pas laat zindelijk. Het kost ze meer moeite om aan te voelen wanneer en of ze naar de wc moeten. Dit zorgt ervoor dat zindelijkheidstraining meer aandacht nodig kan hebben dan een kind zonder trauma, zonder hechtingsstoornis, of zonder lichamelijke oorzaak van incontinentie.

De incontinentie maakt een onderscheid in: in de nacht in bed plassen, overdag in de broek plassen en een combinatie van beide; zowel in de nacht als overdag. Uiteraard kan dit ook gebeuren met ontlasting.

Hechtingsproblematiek en vroegkinderlijk trauma lijkt vaak alleen te maken te hebben met emoties en de uitingen van deze emoties. Vrijwel dagelijks is dit te merken. Een kind dat overprikkeld is, moeilijk gedrag laat zien, of zich juist helemaal terugtrekt en lijkt te leven in zijn eigen bubbel waar contact maken heel erg moeizaam gaat. Dit emotionele deel van de hechtingsstoornis valt vaak als eerste op, omdat niet alleen het kind, maar ook anderen er last van hebben. Een kind dat agressief is, of heel snel boos wordt, dat doet iets met het hele omgeving.

Toch kan er op het lichamelijke vlak ook veel gebeuren bij een kind met een hechtingsstoornis. Soms is er zoveel gebeurd in het leven van een kind, dat hij niet meer of minder goed in staat is om lichamelijke sensaties te voelen. Het fysieke gevoel lijkt uit te staan. Een kind kan door omstandigheden vanuit het verleden, zo ‘los’ staan van zijn lijf, dat hij signalen zoals pijn, honger, dorst en dus ook aandrang, niet goed kan voelen.

Vaak voelen deze kinderen pas dat ze aandrang hebben en dus naar de wc moeten, als de interne prikkel zodanig hoog is, dat ze het al bijna in hun broek doen. Vandaar dat er nog wel eens, zelfs in de puberteit of op volwassen leeftijd, een ongelukje kan gebeuren.

Zoals veel kinderen met een hechtingsstoornis de extremen soms opzoeken om überhaupt te kunnen voelen, zo kan dat ook met lichamelijke sensaties en dus ook met aandrang zijn.

 

Waarbij bij iemand zonder vroegkinderlijk trauma en/of een hechtingsstoornis het gevoel van een voller wordende blaas langzaamaan steeds sterker ervaart, zo heeft het kind met een hechtingsstoornis een heel sterke prikkel van een bijna overstromende blaas nodig om te voelen dat hij misschien wel naar de wc moet. De meer subtiele signalen lijken niet te worden gevoeld, of worden niet herkend, of ze zijn niet aanwezig. Daarbij kan het ook nog voorkomen dat een kind uiteindelijk wel voelt dat hij naar de wc moet, maar dat hij niet herkent wat hij moet doen. Moet hij nu poepen, of komt er alleen maar een plas. Dat is dan een verrassing.
Als je kind dus roept: “Ik moet plassen!” In de startblokken en gaan!

Reactie schrijven

Commentaren: 0