Wat is dat toch met hechtingsstoornis en viezigheid?

Wat is dat toch met hechtingsstoornis en viezigheid?

Een slaapkamer vol lege zakjes, afgekloven appels, smurrie in potjes, overal kleding. Kortom, een enorme chaos waar geen orde in te scheppen lijkt. Ook al ben je de rust zelve, in de slaapkamer van een kind met RAD raakt iedereen overprikkeld.

 

 

Het kind is vaak zelf niet in staat om orde op zaken te stellen en om de slaapkamer netjes en opgeruimd te houden. Wanneer jij de slaapkamer opruimt, is het binnen een dag weer overhoop gehaald. Wat doe jij? Blijf je mopperen dat het opgeruimd moet worden? Ruim je zelf de slaapkamer maar op? Trek je de deur achter je dicht en laat je je kind het zelf uitzoeken?

 

Er zijn verschillende redenen waarom het kind van zo’n puinhoop lijkt te houden. Als eerste heeft het te maken met de controle die hij hoe dan ook wil houden over zijn eigen leven. Hierdoor blijft zijn wereld voor zijn gevoel overzichtelijk, vertrouwd en veilig. Daarnaast bestaat er in het leven van RAD geen autoriteit. Er staat dus, in zijn belevingswereld, niet iemand boven hem die kan en mag vertellen wat hij moet doen. Bij een baantje of op school lijken ze dit nog wel enigszins vol te kunnen houden, maar thuis is het vaak een ander verhaal.

Een andere reden dat hij een puinhoop van zijn kamer maakt, kan zijn om niet teveel op te vallen, want dat kan gevaarlijk zijn. Door een rommelige kamer te hebben, krijgt hij het gevoel minder zichtbaar te zijn, hij ‘verdwijnt’ tussen de rommeltjes en stapels kleding en dekens die er liggen en dat is veilig.

Ook kan een kind een gevoel hebben dat hij, om de situatie te overleven, altijd eten en spullen om zich heen moet hebben. Alles moet bewaard blijven, want je weet maar nooit wanneer je het nodig hebt. Aangezien je niet kan vertrouwen op anderen, weet hij dus niet of er vanavond of morgen wel eten is. Daarom neemt hij het zekere voor het onzekere en zorgt hij voor zijn eigen voorraad, ook al staat de schimmel erop. Die innerlijke drang is erg sterk.

 

Er zijn ook kinderen met een hechtingsstoornis die in hun broek plassen en/of poepen, ook al hebben ze allang de leeftijd dat ze zindelijk zouden kunnen zijn. In de meeste gevallen zijn ze ook wel zindelijk, alleen zijn er andere oorzaken waardoor het kind nog niet zo reageert. Of het kind poept of plast op plekken in het huis, zoals in een kast, of gewoon op de grond.

Een van die redenen heeft weer met controle te maken. Hij kan hiermee testen hoever hij kan gaan en wat jouw grenzen zijn. Daarnaast, als jij hier boos van wordt, of op wat voor manier dan ook negatief erop reageert, heeft hij de controle over jouw emoties. Dat geeft een veilig gevoel.

Ook kan het zijn dat hij de behoefte voelt die hij ook heeft bij het bewaren van eten en lege verpakkingen. Iets wegdoen, zeker als dat van hemzelf is, kan erg beangstigend of pijnlijk zijn.

Sommige kinderen staan zo ver van hun eigen gevoel af, dat ze het simpelweg niet altijd merken dat ze naar de wc moeten. Ze zijn dan zo afgeleid, of druk met iets, dat de lichamelijke signalen niet hun brein bereiken waardoor ze het in hun broek doen. Of ze krijgen pas het signaal door wanneer de nood zo hoog is, dat het te laat is om de wc te halen.

In schrijnende gevallen plast een kind in zijn broek om letterlijk warmte te voelen. Iedereen heeft behoefte aan genegenheid en liefde, ook een kind met een hechtingsstoornis. Soms is menselijk contact zo moeilijk en komt dat zo dichtbij, dat dat grote angst oproept. Om toch warmte te voelen, kunnen kinderen in hun broek plassen. Dit geeft, tijdelijk, een prettig gevoel dat ze wel kunnen verdragen. In de broek plassen of poepen wordt ook wel gebruikt om anderen op afstand te houden. Dat is vies en het stinkt, hij weet dat dat een beproefde methode is om mensen niet te dichtbij te laten komen.

 

 

Wanneer dit jouw kind overkomt, probeer dan rustig te blijven en houd de controle over jouw eigen emoties. Ruim in de eerste instantie samen met je kind alles op, geef hem duidelijke taken die hij gemakkelijk kan overzien en uitvoeren zonder dat hij daarbij steeds om hulp moet vragen en dus weer afhankelijk is van een volwassene. Leer hem de taken aan door voor te doen en door hardop ‘na te denken’. Op die manier laat je hem zien, zonder direct belerend te zijn, dat er stappen zijn die ook hij kan uitvoeren.  Zo kan hij steeds meer de verantwoording van zijn eigen daden overnemen, zonder dat het bedreigend wordt. Houd rekening met terugval, triggers zijn er een hele dag door, wat ervoor kan zorgen dat sommige taken of handelingen even niet meer lukken. Benoem dat en pak het samen weer op. Op die manier kan je je kind helpen er bovenop te komen. 

Reactie schrijven

Commentaren: 0