Dat doet die van mij ook wel eens

Dat doet die van mij ook wel eens

Wat het precies inhoudt om een kind met een hechtingsstoornis op te voeden, dat zullen de meeste ouders niet vertellen. Maar waarom niet?

 

Ten eerste laat het kind aan de buitenwereld een heel andere kant zien dan thuis. Hoe groter de sociale omgeving wordt, hoe meer verschillende versies van dit gedrag zullen ontstaan. De omgeving ziet een lief, welwillend, meewerkend en aardig kind. Dat ze hier te maken hebben met een masker, dat hebben ze vaak niet in de gaten. Thuis kan het kind agressief, destructief, of manipulatief zijn. En wanneer de ouder het hart wil luchten bij iemand, worden de verhalen vaak niet geloofd. De buitenwereld, en soms zelfs de eigen partner, herkent het gedrag van het kind totaal niet. Het zal wel aan de moeder liggen, want ze lijkt de enige te zijn die er last van heeft.

Ze stopt met het luchten van haar hart.

 

Ten tweede zijn de situaties die ouders van een kind met een hechtingsstoornis meemaken soms zo bizar, dat het gewoonweg niet geloofwaardig overkomt wanneer je het zou vertellen. Hoe zal de buurvrouw opkijken wanneer je vertelt dat je alle messen, scharen en andere scherpe voorwerpen achter slot en grendel moet bewaren? Gelooft je vriendin je wanneer je zegt dat je de voorraadkast hermetisch moet afsluiten, omdat je anders geen eten meer overhoudt? Wat zegt je familie ervan dat je regelmatig de slaapkamer van je dochter moet inspecteren op drugs, of andere verboden spullen? Hoe vertel je de hulpverlener, die eens bij je thuis wil komen kijken, dat ze haar jas en tas beter bij zich kan houden, omdat de kans bestaat dat ze straks haar portemonnee of bankpas kwijt is?

Je kan je schamen voor het gedrag van je kind, je kan overkomen als een slechte ouder die haar kind niet op het rechte pad kan houden.

 

Ten derde zijn de goedbedoelde opvoedkundige adviezen van anderen die je krijgt. Anderen die lijken te weten hoe fout je alles doet, hoe heel anders zij het hadden gedaan als zij een kind met een hechtingsstoornis hadden gehad. Hun kind zou zelfs geen schijn van kans krijgen een hechtingsstoornis te ontwikkelen. ‘Wij letten wel op!’

Wat die andere ouders niet weten is dat de hersenen van een kind met een hechtingsstoornis anders functioneren. Dat de standaard opvoedmethodes niet werken en dat ouders alles uit de kast moeten trekken, omdat het kind voortdurend alert is op die opvoedstrategieën. Wanneer een ouder denkt dé manier gevonden te hebben, verandert het kind zijn plan en begint alles weer van voor af aan. Wanneer ouders alweer advies krijgen waarvan ze weten dat het toch niet werkt, zullen ze naar je glimlachen en met hun hoofd knikken. En weer is er een reden om maar niks te zeggen.

 

Ten slotte zijn er een aantal zinnen die iedere ouder van een kind met een hechtingsstoornis wel eens heeft gehoord.

-Dat doet die van mij ook wel eens;

-Alle pubers hebben een rommelige kamer;

-Alle pubers snaaien veel snoep en koekjes;

-Iedere peuter heeft wel eens een driftbui;

-Ze groeien er wel overheen;

 

Nee! Een kind met een hechtingsstoornis ís niet zoals alle andere kinderen. Het ís niet gewoon wat rommel, of een eetbui door een groeispurt. Het ís niet zomaar een boze bui waar het kind uitkomt wanneer je het eens flink toespreekt. Het is een hechtingsstoornis!

 

Vind iemand die jou begrijpt, die snapt waarmee je je dagelijks bezighoudt, die weet dat die bizarre verhalen de waarheid zijn. En volg je eigen instinct. Jij kent je kind en zijn handicap het beste. Wees je eigen expert.

 

Jij weet dat je je best doet met jouw kind en geloof daarin. Bewaar je energie voor de dingen die echt belangrijk zijn. Op die manier sta je een stuk sterker om samen met jouw kind een manier te vinden om de hechtingsstoornis aan te gaan. 

Reactie schrijven

Commentaren: 0