Straffen werkt niet

Straffen werkt niet

 

Wanneer je een kind met RAD (hechtingsstoornis) opvoedt, dan weet je dat de traditionele opvoedmanieren niet werken. In de ogen van de buitenwereld lijkt het alsof je het helemaal verkeerd aanpakt. Ze vinden je te streng, of dat je je kind teveel ruimte geeft waardoor het logisch is dat het zulk gedrag vertoont. Zij zien een normaal kind dat op een verkeerde manier wordt opgevoed.

Het onbegrip, de goedbedoelde adviezen, iedereen om je heen ziet niet hoe het werkelijk zit, dat frustreert enorm. Het kan je boos of machteloos maken. Uitleggen lijkt zinloos, je raakt mensen kwijt, het voelt eenzaam. 
En het is waar, er zijn weinig mensen die het daadwerkelijk begrijpen, of die jou geloven. Kinderen met een hechtingsstoornis hebben zo’n bijzondere aanpak nodig. Hun hersenen werken anders door de vroege trauma’s die ze hebben opgelopen.

Wat werkt niet?
-Beloningen, stickers, complimenten en andere methodes die erop gericht zijn om positief gedrag te stimuleren. Het kind heeft in zijn jonge leventje geleerd dat volwassenen niet te vertrouwen zijn. Hij moest zichzelf geruststellen, omdat een volwassene niet altijd beschikbaar was. Hij vertrouwt alleen op zichzelf, omdat het voor hem levensbedreigend voelt om afhankelijk te zijn van een ander. 
Deze kinderen zullen alles doen om de controle te houden. Die controle is zoveel meer belangrijk dan een compliment of een sticker.

Wanneer het kind misbruikt of mishandeld is, dan heeft een positieve benadering nog een andere lading. Misbruik of mishandeling daar gaat meestal een periode van grooming (het positief benaderen van een kind met als doel mishandeling of misbruik) aan vooraf. Kinderen die hiermee te maken hebben gehad, hebben geleerd dat er na een positief contact altijd iets negatiefs volgt. Voor hen betekent een compliment, of een cadeautje juist gevaar.

-Gezelligheid, feestjes, familietradities, vakanties, alles waarbij de structuur deels of helemaal wegvalt. Een kind met RAD functioneert op een veel lager emotioneel niveau. Vaak ligt die ontwikkeling rond de leeftijd van een 2 a 3-jarig kind. Zoals alle ouders weten, doorlopen peuters een fase die we de peuterpuberteit noemen. Kinderen met RAD doorleven deze fase dagelijks, ook als ze ouder zijn. Het verschil is alleen het grotere lijf, veel meer kracht en de mogelijkheid om meer manieren te bedenken om het feest te manipuleren.

Het kind kan het voelen alsof hij niet verdient dat hij cadeautjes krijgt op zijn verjaardag, omdat hij zichzelf het niet waard vindt. Ook kan het kind denken dat na deze positieve aandacht wederom iets negatiefs gebeurt wat hij wil voorkomen door het leuke feest dan maar te verpesten waarmee hij probeert de controle te houden.

De externe prikkels kunnen ook veel teveel zijn, zodat het kind in zijn lagere breindelen terechtkomt waardoor het niet meer in staat is om vanuit zijn mensenbrein te reageren. Hij reageert dan met overlevingsmechanismen (vechten, vluchten, bevriezen) die vaak niet door buitenstaanders opgemerkt worden, waardoor ze alleen een vervelend, boos, eigenwijs, of teruggetrokken kind zien.

Kinderen met RAD voelen zich over het algemeen niet veilig, ook hebben ze er geen vertrouwen in dat volwassenen hen veilig houden. Het vraagt een heel andere aanpak om deze kinderen toch enigszins het gevoel van veiligheid te kunnen geven.

Maar wat werk dan wel?
-Structuur, structuur, structuur, wees zo voorspelbaar en duidelijk mogelijk, in alle situaties. Geef duidelijke grenzen aan waar niet over te onderhandelen valt. Daarnaast is het belangrijk dat je als ouders op een lijn blijft staan, laat je niet uit elkaar drijven door je kind.

-Geef geen straffen of beloningen, maar werk met natuurlijke en logische consequenties. Dit kan voor de buitenwereld of misschien ook voor jezelf lijken alsof het kind ‘ermee wegkomt’. Toch hoeft dit niet het geval te zijn. Door logische en natuurlijke consequenties leert het kind omgaan met zijn eigen verantwoordelijkheden.

-(Professionele) hulp is noodzakelijk. Het vraagt onvoorstelbaar veel van ouders om een kind met RAD op te voeden. Daarbij hulp krijgen van iemand die weet waar hij het over heeft, iemand die handvatten en tips kan geven, of iemand die je wijst op je eigen grenzen is daarbij heel erg belangrijk om het vol te kunnen houden. Familie, vrienden en kennissen kunnen helpen door af en toe op het kind te passen, zodat de ouders even de tijd hebben om weer op te laden. Daarbij hebben ze geen veroordeling nodig maar juist de steun.

-Houd rekening met de emotionele leeftijd. Geef geen taken of verantwoordelijkheden die passen bij de kalenderleeftijd, dan is de kans groot dat het keer op keer mis gaat. Bedenk bij alles wat het kind doet: zou een kind van 3 deze taak aankunnen? Pas daarom de ruimte die een kind met RAD krijgt aan. Beperkte schermtijd, huishoudelijke klusjes, uitgaan, baantjes, school, alles waarvan je merkt dat je kind daarmee worstelt.

Het opvoeden van een kind met RAD is extreem zwaar en moeilijk. Neem tijd voor jezelf en houd vol!

 

Bron: institute for attachment & child development

Reactie schrijven

Commentaren: 0