Hechting

Wat doe je wanneer je kind middenin de winkel een woedeaanval krijgt?

Wat doe je als je kind je in het openbaar uitscheldt of belachelijk maakt?

Wat doe je als je kind steelt?

Wat doe je als je kind negatieve verzinsel over thuis aan anderen vertelt?

 

Voor ouders van kinderen met een hechtingsstoornis is dit vrijwel dagelijkse kost. De meeste ouders weten dat dit de stoornis is, het kind kan er niet altijd iets aan doen. Het is een probleem dat is ontstaan vanuit een verstoring in de vroege hechting, die vaak al tijdens de zwangerschap begon.  Het is juist de omgeving die een wenkbrauw optrekt bij het ervaren van dit gedrag. Met het kind lijkt immers niets aan de hand, heeft voorbeeldig gedrag, is schattig en het is zo zielig dat het thuis niet gehoord wordt.

Hoe zit het dan wel? Het leven bestaat uit hechten, al vanaf de conceptie. De zaadcel die zich hecht aan een eicel, het klompje cellen hecht zich aan de baarmoederwand, de embryo hecht zich met de navelstreng aan de baarmoederwand. Na de geboorte gaat deze hechting door, maar dan op psychisch en emotioneel vlak. Vrijwel alle kinderen hechten zich prima aan hun verzorger, maar zodra er complicaties ontstaan tijdens een van deze processen, dan gaat het mis.

 Door diverse factoren kan de hechting verstoord raken. Bijvoorbeeld door een aangeboren aandoening of ziekte, waardoor in het brein bepaalde verbindingen niet tot stand komen. Een andere oorzaak is dat de hechtingsfiguur onveilige of onduidelijke signalen uitzendt, waardoor het kind niet zijn eigen emoties en behoeftes op de juiste manier aan zijn lichamelijke sensaties kan koppelen. Zo ontstaat er een onveilige gehechtheid. De belangrijkste ontwikkeling op het gebied van hechting gebeurt tot het zesde levensjaar, daarna zal het meer moeite en inspanning kosten om tot een goede gehechtheid te komen.

Er bestaan diverse vormen van onveilige gehechtheid.

Vermijdend gehechte kinderen: zij gaan veel op ontdekkingsreis, hebben daarbij geen steun nodig van een volwassene en lijken daardoor al snel zelfstandig. Ze negeren daarbij de verzorger.

Ambivalent gehechte kinderen: zij klampen zich juist vast aan de verzorger, gaan niet alleen op ontdekkingsreis en worden boos als de ouder zich van het kind verwijderd.

Gedesoriënteerde gehechte kinderen: deze kinderen laten tegenstrijdige gedragingen zien, aantrekken en vrijwel onverwachts ineens afstoten. Emoties kunnen zich razendsnel afwisselen en zijn dus ook onvoorspelbaar.

 

Een ding is duidelijk. Het opvoeden van een kind met een hechtingsstoornis is een zeer uitputtende en eenzame taak. Het vraagt veel incasseringsvermogen, geduld, begrip, en bergen energie om door te gaan. Dus de volgende keer dat er een kind in de winkel schreeuwend op de grond ligt, wanneer een puber zijn moeder uitscheldt middenin een drukke winkelstraat, wanneer je hoort dat het kind thuis geen eten krijgt terwijl het er weldoorvoed uitziet, oordeel niet! 

Reactie schrijven

Commentaren: 0